Op zoek naar een interessante tips en inspirerende verhalen? In onze blogs vind je alles wat je nodig hebt om je persoonlijke ontwikkeling te stimuleren en je kennis te vergroten.
Feedbacktechnieken… Voor veel instructeurs klinkt het als het zoveelste “moetje”. Tijdens instructeursopleidingen vliegen de termen je om de oren: Pendleton, de Sandwich-methode, de Learning Conversation of Feedup-Feedback-Feedforward.
Interessante lesstof en mooie woorden, dat zeker. Maar de vraag blijft: hoe effectief zijn onze lessen nu écht?
Waarom het vaak ‘staccato’ voelt
Tijdens bijscholingen hoor ik het regelmatig: “Ik gebruik die technieken helemaal niet, ik doe het op mijn eigen manier.” Zodra instructeurs verplicht een specifieke methode moeten toepassen, wordt het vaak stroef. Het proces verloopt staccato, de spontaniteit verdwijnt en het voelt simpelweg niet lekker.
Veel instructeurs gooien daarom de handdoek in de ring en vallen terug in hun oude patronen. Dat is zonde, en bovenal: helemaal niet nodig!
Het gaat vaak mis omdat we te veel nadenken over het proces en te weinig voelen. We zijn zo druk bezig met het “scripten” van onze techniek, dat we de cursist uit het oog verliezen. We letten niet meer op de vaardigheden of de dynamiek in de groep, omdat we in ons hoofd alleen maar bezig zijn met onze eigen feedbackmethode. Dat werkt natuurlijk niet.
Je staat in een slaapkamer. Het slachtoffer ligt op bed, de partner in paniek. Je weet “een harde ondergrond is beter voor de compressies”:. Maar je staat er alleen voor en de patiënt is zwaar. Wat doe je? Trek je iemand met alle macht op de grond, of start je direct?
In de richtlijn staat een zin die precies dit dilemma raakt: “Verplaatsen naar een harde ondergrond heeft geen prioriteit.” Hoe ervaar ik dit als instructeur in mijn cursussen? Daar hoor ik cursisten vaak zeggen: “Dat lukt toch nooit,” of “Wat een onzin, we leerden altijd dat de grond heilig was.”
Als instructeurs is het onze taak om hier de vertaalslag te maken. Want de weerstand die we voelen in de cursus, gaat zelden over de inhoud. Het gaat over de verandering.
Weerstand is vaak geen inhoudelijk bezwaar, maar een emotionele reactie. Het is voor een hulpverlener moeilijk om los te laten wat jarenlang de gouden standaard was. “Hebben ze bij de Nederlandse Reanimatie Raad niets beters te doen?” is een vraag die voortkomt uit die ongemakkelijke groeipijn.
Ray Klaassen schreef het al in zijn boek Groeipijn: groeien doe je alleen buiten je comfortzone. De verandering op zich is het probleem niet, maar de manier waarop we ermee omgaan. Hier ligt onze cruciale rol als instructeur. Wij horen de ‘dwarsliggers’ te zijn; de professionals die de cursist uit die comfortzone halen zodat ze kunnen groeien.
Je bent een ervaren EHBO-instructeur. Je kent de greep van Rautek uit je hoofd, je kunt een verband aanleggen met je ogen dicht en je hebt je sporen verdiend bij Het Oranje Kruis of het NIBHV. Toch knaagt er iets: de markt verandert, cursisten worden kritischer en de wetenschap staat nooit stil.
De vraag is niet langer of je reanimatieles mag geven, maar hoe je jezelf onderscheidt in een overvolle markt. Het antwoord? De NRR-instructeurscertificering. In deze blog duiken we in de strategische noodzaak van deze upgrade.
Spoiler: het gaat om veel meer dan alleen een extra papiertje.
Voor ons, instructeurs, is het altijd een moment vol spanning en gezonde nieuwsgierigheid. Wat staat ons te wachten? Welke elementen zullen onveranderd blijven, en waar zien we een noodzakelijk? De hamvraag blijft altijd: Wat veranderd er? Tegelijkertijd horen we de verzuchting al aankomen bij de cursisten: “Alwéér nieuwe richtlijnen? Moeten we nu alwéér iets nieuws leren? De regelmatige update van de reanimatierichtlijnen blijft een moment van reflectie voor iedereen in het vak. Maar het is juist dat constante proces dat de kwaliteit en de overlevingskansen verbetert.
Een kind dat plotseling stopt met ademen. Het is een moment dat niemand ooit wil meemaken, maar het kan wél gebeuren thuis, op school, tijdens het sporten of gewoon op straat. In zo’n situatie telt elke seconde. Wie weet wat er moet gebeuren, kan letterlijk het verschil maken tussen leven en dood. Daarom is kennis van kinderreanimatie onmisbaar voor iedere hulpverlener. Het vraagt andere handelingen dan bij volwassenen en vergt inzicht, ervaring en vooral zelfvertrouwen. Bij Didasco zien we dagelijks hoe belangrijk dat is. Wij leiden hulpverleners op die het verschil maken niet alleen door te handelen, maar ook door hun kennis door te geven aan anderen.
Mythes en feiten over reanimatie
Tijdens onze trainingen bieden we een veilige omgeving waarin je vrijuit kunt praten over je zorgen en vragen. We merken dat veel mensen onzeker zijn over de uitkomst van een reanimatie. Vaak vragen we: ken je de cijfers? Meestal is het antwoord nee. 😔
Wanneer we de feiten delen, zien we dat de angst afneemt. Door begrip ontstaat zelfvertrouwen en wordt de drempel om te starten met reanimeren verlaagd. En dat is ons uiteindelijke doe
Wie met kinderen werkt, weet hoe belangrijk het is om te kunnen handelen in noodsituaties. Maar wie anderen wil leren hoe ze dat doen, draagt een nóg grotere verantwoordelijkheid. Als instructeur leer je mensenlevens redden en dat begint bij een goede opleiding. De Basis Instructeur PBLS (BIC) cursus van Didasco is speciaal ontwikkeld voor instructeurs die die stap willen zetten. In deze opleiding leer je niet alleen hoe je kinderen en baby’s reanimeert, maar ook hoe je die kennis effectief overdraagt aan jouw cursisten. Bij Didasco geloven we dat goede instructeurs het verschil maken. Onze trainingen zijn persoonlijk, intensief en volledig gericht op de praktijk. Zo bouw je niet alleen kennis op, maar ook het zelfvertrouwen dat nodig is om met overtuiging les te geven.
Wie lesgeeft in reanimatie draagt een grote verantwoordelijkheid. Jij leert anderen wat ze moeten doen in de eerste cruciale minuten van een noodsituatie, het moment waarop handelen het verschil kan maken tussen leven en dood. Maar niet elke reanimatie is hetzelfde. Het verschil tussen het reanimeren van een volwassene en van een kind is groot. Daarom bestaat er onderscheid tussen BLS-instructeurs en PBLS-instructeurs. Beide opleidingen zijn onmisbaar binnen het reanimatieonderwijs, maar ze vragen om een andere aanpak, andere kennis en andere vaardigheden. In dit artikel leggen we precies uit wat het verschil is, en hoe je bij Didasco de juiste opleiding volgt om je verder te ontwikkelen als instructeur.
Reanimeren is een vaardigheid die je alleen echt leert door te doen. Je kunt nog zo veel theorie bestuderen of instructievideo’s bekijken in een noodsituatie komt het aan op reflexen, rust en zelfvertrouwen. Precies daarom speelt scenariotraining een grote rol in de opleidingen van Didasco. Zeker bij kinderreanimatie (PBLS) is oefenen onmisbaar. De emoties liggen hoger, de situaties zijn complexer en de handelingen vragen om precisie. In dit artikel lees je waarom scenariotraining bij PBLS zo belangrijk is, en hoe het jouw ontwikkeling als instructeur versterkt